Oscar:
Eindelijk had ik er weer eens één in de smiezen. Hij was wit en ik had hem al een tijdje heel uitdagend zien rondfladderen.
Laatst nog had ik zo'n klein blauwtje gemist, en vlak daarna ook nog zo ééntje met zwart en oranje. Ze waren me allebei te snel af en dat heeft me best een tijdje dwars gezeten.
Maar deze was op de straat gaan zitten. Misschien was ie niet zo lekker of lag daar iets interessants, ik weet het niet. Maar in elk geval zat-ie daar en ik zat niet ver meer van hem af. Een prachtkans dus en ik was helemaal klaar voor de sprong, en in al mijn spieren (en dat zijn er nogal wat) had ik de juiste spanning opgebouwd. Het kon nu echt niet meer mis gaan. Tenminste, dat dacht ik. Want raadt eens?
Komt die achterlijke zool met een rotvaart aanrennen. Ja, rennen als een blafbeest, terwijl hij kon zien dat ik in de houding lag en op het punt stond iets te gaan vangen.
Wel, de vlinder natuurlijk opgeschrikt en weggevlogen. Al mijn moeite voor niks dus, en weer een stukje frustratie wat ik ook maar weer moet zien te verwerken.
Inderdaad, van je vrienden moet je het maar hebben.


The Prikkebeen of Ozz.
BeantwoordenVerwijderenHulde voor Boez de vlinderredder!
BeantwoordenVerwijderen